Geef hier je feedback

Studio kabels

De juiste bekabeling maakt écht het verschil. Zelfs met high-end studiogear kan een slechte kabel de prestaties beperken. Besteed aandacht aan de kwaliteit van je kabels – laat geen zwakke schakel je signaalketen verstoren.

Microfoonkabels (XLR)

De meeste microfoons gebruiken een 3-pins XLR-verbinding. Deze microfoonkabels zijn gebalanceerd met drie geleiders en blijven ruisarm over langere afstanden – in tegenstelling tot ongebalanceerde kabels. Oudere microfoons kunnen een adapter nodig hebben voor de moderne XLR-standaard.

Connectoren zijn net zo belangrijk als de kabel zelf: goedkope pluggen zonder trekontlasting gaan snel stuk. Neutrik wordt algemeen beschouwd als de industrie-standaard voor betrouwbaarheid.

Voor compromisloze prestaties leveren merken als Vovox en Mogami referentiekwaliteit. Voor uitstekende prijs-kwaliteit zijn Cordial en Sommer Cable topkeuzes.

Digitaal via XLR (zoals AES/EBU of S/PDIF) lijkt op een microfoonkabel maar vereist de juiste impedantie: 110 Ω (AES/EBU) en 75 Ω (S/PDIF, vaak RCA-coax). AES/EBU en S/PDIF kunnen verbonden worden via digitale RCA↔XLR-adapterkabels.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Product: Vovox link direct S200 – professionele XLR-microfoonkabel voor studiogebruik
Een XLR-kabel voor wie geen compromissen sluit.

Gebalanceerd of ongebalanceerd?

Ongebalanceerde kabels gebruiken één geleider plus afscherming — gebruikelijk bij gitaar/bas — en zijn gevoeliger voor storingen (voedingen, beeldschermen).

Gebalanceerde kabels hebben twee geleiders die ruis onderdrukken. In studio’s zijn TRS- of XLR-kabels de beste keuze; vermijd RCA indien mogelijk.

Er is geen hoorbaar verschil tussen gebalanceerde TRS en XLR — XLR is gewoon mechanisch steviger.

Instrumentkabels

Gitaren en bassen gebruiken meestal een ongebalanceerde instrumentkabel. Hier beïnvloedt de lengte het geluid aanzienlijk: langere kabels verliezen hoog. Kies de kortst mogelijke lengte.

Afhankelijk van de jackpositie van het instrument past een rechte of haakse plug beter. Om plopgeluiden te voorkomen, dempt de Neutrik silentPLUG het signaal bij in- of uitpluggen.

Kabel of adapter?

Voor vrijwel elke connectorcombinatie bestaat een oplossing. Gebruik bij voorkeur een specifieke kabel in plaats van adapters — elk extra contactpunt verhoogt het risico op storing. Adapters zijn prima voor tijdelijke setups en tests.

Multicore kabels

Plan de kabellengtes zorgvuldig voor een netjes georganiseerde studio. Multicore-oplossingen bundelen signalen (live room → control room) en verbeteren het overzicht. Label stageboxen en patchbays duidelijk; gebruik vergrendelbare XLR-connectoren om losraken te voorkomen.

↑ Terug naar inhoudsopgave

Digitale kabels

Digitale verbindingen zijn standaard in studio’s: lage signaalverliezen en uitstekende storingsbestendigheid over lange afstanden. Optische (glasvezel) lijnen komen veel voor. Controleer altijd de connectorstandaard aan beide zijden.

Voor data en besturing gebruik je datakabels (bijv. netwerkkabels). Sinds de jaren 80 verbindt MIDI apparaten; tegenwoordig communiceren veel systemen ook via USB.

Speciale kabels

Naast standaardkabels vind je veel specialistische kabels: insert/Y-kabels (bijv. voor compressors), hoofdtelefoonverlengingen en meer. Controleer de I/O van je apparatuur en plan wat je nodig hebt.

Kabel per meter

Als je kunt solderen, kun je kabels op maat maken en geld besparen. Voor complexe multipinconnectoren is een afgewerkte fabriekskabel vaak verstandiger.

FAQ – Audiokabels & signaaloverdracht in de studio

Gebalanceerd of ongebalanceerd – wanneer gebruik je wat?

Gebalanceerd: twee signaalgeleiders + aarde; door fase-inversie wordt ruis geannuleerd. Ideaal voor lange kabeltrajecten en professionele toepassingen (microfoons, monitoren, lijnniveau).

Ongebalanceerd: één geleider + aarde; eenvoudiger maar gevoeliger voor interferentie. Geschikt voor korte afstanden of instrumenten zonder gebalanceerde I/O (gitaar, keyboard).

Kabelkwaliteit – is premium de moeite waard?
  • Geleider: zuurstofvrij koper (OFC) voor optimale geleiding.
  • Afscherming: beschermt tegen elektromagnetische storingen.
  • Connectoren: robuust, corrosiebestendig en met trekontlasting.
  • Montage: nette soldeerpunten en solide bouwkwaliteit.

Premium loont bij lange trajecten, vaste installaties en kritische opnames. In een thuisstudio volstaat vaak een goede middenklassekabel voor korte afstanden.

Hoe lang mag een kabel zijn?
  • Microfoon (gebalanceerd): tot ca. 100 m zonder problemen.
  • Instrument (ongebalanceerd): 5–7 m voordat verlies/ruis hoorbaar wordt.
  • Lijnniveau: doorgaans 10–30 m, zeker bij gebalanceerd.

Tip: gebruik een DI-box om lange instrumentkabels te balanceren.

Connectoren (XLR, TS/TRS, RCA…)
  • XLR: standaard voor microfoons en gebalanceerde lijn; vergrendelbaar en zeer robuust.
  • TS: ongebalanceerd; gebruikelijk bij gitaar, bas, keyboards.
  • TRS: gebalanceerd of stereo; veel gebruikt voor monitoren en lijnsignaal.
  • RCA: ongebalanceerd; typisch voor hifi/consumentenapparatuur.
  • Speakon: luidsprekerverbinding voor hoge stromen.
  • BNC: digitale audio of word clock.
Wanneer digitaal (AES/EBU, S/PDIF, glasvezel)?

Digitale verbindingen zijn ideaal voor ruisvrije overdracht over lange afstanden of wanneer meerdere kanalen over één kabel moeten. AES/EBU loopt meestal via XLR, S/PDIF via RCA of Toslink, en optische systemen (ADAT, MADI) vervoeren veel kanalen over zeer lange trajecten.

Kabel of adapter?

Adapters zijn handig voor tests en tijdelijke setups, maar voegen extra contactpunten toe die kunnen falen. Voor permanente verbindingen kies je beter een doelgerichte kabel.

Ruis, brom en aardlussen vermijden
  • Kies waar mogelijk voor gebalanceerde lijnen.
  • Leg kabels netjes aan en houd ze uit de buurt van netvoedingen/stroomkabels.
  • Gebruik ground-lift indien nodig om aardlussen te doorbreken.
  • Kies kwaliteitconnectoren en -kabels voor betrouwbare contacten.
  • Lengte naar ratio: zo kort als praktisch, zo lang als nodig.

↑ Terug naar inhoudsopgave